
Het Energieonderzoek Centrum Nederland is deze maand begonnen met het onderzoeken van de mogelijkheden voor de aanleg van een groot kabeltracé over de zeebodem. Hierdoor zal het transport van stroom moeten gaan plaatsvinden die door de windmolens in de Noordzee wordt opgewekt.
Het doel van de infrastructuur is het met enkele tientallen procenten verlagen van de investering van turbineparken. Het onderzoek gaat ongeveer 4 jaar duren en het Rijk stelt hiervoor 2 miljoen Euro beschikbaar. Bij het project zijn onder andere Nuon, de TU Delft en Grontmij betrokken.
De Noordzeelanden kunnen hun molenparken door middel van de nieuwe infrastructuur met elkaar verbinden. Door het aanleggen van één groot netwerk kunnen er uiteindelijk miljoenen Euro’s worden bespaard. Daarnaast kunnen windturbines in zee eenvoudig op het internationale elektriciteitsnet worden aangesloten en kan de energie flexibel worden ingezet in het land dat de stroom op dat moment nodig heeft.
Het nieuwe kabinet zet meer in op duurzame energie, 16 procent van de energie moet in 2020 duurzaam zijn opgewekt. Doordat het verzet tegen windmolens op het vasteland steeds groter wordt, gaan offshore turbineparken een steeds belangrijkere rol spelen. Wanneer men echter vóór 2020 voor 6.000 megawatt aan turbines op zee wil hebben, dan is het wel nodig dat er één groot internationaal elektriciteitsnet op de zeebodem wordt gerealiseerd. Het bouwen van windmolenparken in de Noordzee is anders financieel niet haalbaar.
Nederland wil de Noordzee steeds meer gaan benutten voor het opwekken van windenergie. Vorig jaar is er al een vergunning verleend voor het bouwen van twaalf nieuwe windmolenparken, goed voor 3.000 megawatt.
